hoe werkt lof

Alle ondernemers in Leeuwarden – commerciële en niet-commerciële, groot en klein, kantoren, fabrieken, instellingen voor zorg en cultuur, scholen, agrarische bedrijven, winkels en noem maar op – worden uitgenodigd hun aspiraties met betrekking tot hun omgeving kenbaar te maken. Het fonds is er om onderling overleg over die ambities te stimuleren, er financiering voor te verschaffen en om samenhang te geven aan het ondernemingsklimaat in Leeuwarden.

Hoofdlijnen

  • De eerste hoofdlijn is dat er zo min mogelijk regels zijn. Alles wat ondernemers in gezamenlijk overleg tot hun gezamenlijke belang verklaren, komt voor financiering uit het fonds in aanmerking. Het bestuur van het fonds zal alleen bij fricties of onenigheid knopen doorhakken en zal de gebruikers van het fonds ondersteunen in het maken van kwalitatief goede plannen, maar zal terughoudend zijn met de inhoudelijke beoordeling.

  • De tweede hoofdlijn is dat partijen die geld uit het fonds willen trekken, dat alleen kunnen doen wanneer ze een plan indienen met een alliantie van ondernemers achter zich. In de meeste gevallen zal het gaan om een vereniging van bedrijven in een gebied, in enkele gevallen om een vereniging van bedrijven in een sector en soms om een platform of een stichting. Maar de kern van het fonds is dat partijen gezamenlijk het debat voeren over hun bedrijfsomgeving en gezamenlijk tot besluiten komen.

Spelregels

  1. Het bestuur van het fonds doet bij voorkeur zaken met verenigingen, omdat een vereniging een democratische organisatievorm is. Het moet gaan om ‘officiële’ verenigingen, opgericht bij notariële akte. Daarmee is de ‘accountability’ van het fonds voldoende gewaarborgd. Elke belastingbetaler moet vervolgens de gelegenheid krijgen lid te worden van de vereniging in zijn gebied om in die vereniging mee te praten over de besteding van ‘zijn’ geld.

  2. In overleg met het bestuur van het fonds, kan een uitzondering worden gemaakt op de spelregel dat er een vereniging moet zijn. Het bestuur van het fonds zal in deze gevallen m.n. toezien op transparantie van de besluitvorming.

  3. Het is aan de ondernemers zelf om te bepalen op welke schaal zij willen samenwerken. De intentie is echter om niet versnipperd te opereren. Schaal en het budget moeten zodanig zijn, dat de hoofdgedachte van het fonds – samenwerken aan versterking van het ondernemingsklimaat en de collectieve belangen – uit de verf kan komen.

  4. De Gemeente Leeuwarden verschaft aan het fonds aan het begin van elk jaar inzicht in de te verwachten opbrengst van de tariefsverhoging. Het bestuur berekent op basis van die gegevens de opbrengst per werkgebied/vereniging.
    De plannen worden ter goedkeuring aan het bestuur voorgelegd. Dat zal ze marginaal toetsen en vooral letten op de totstandkoming het plan. Eventuele inhoudelijke discussie over het voorstel tussen het bestuur van het fonds en de vereniging zal informatief van karakter zijn. Het inhoudelijke besluit ligt bij de vereniging. 

  5. Verenigingen kunnen hun trekkingsrecht in het fonds sparen. Grote uitgaven, bijvoorbeeld voor infrastructuur of beveiliging, komen daarmee binnen handbereik. Ook als een vereniging meer tijd nodig heeft om tot een plan te komen, is dat geen probleem. Er is geen jaarlijkse bestedingsdwang.

  6. Verenigingen kunnen op basis van hun trekkingsrecht meerjarige verplichtingen aangaan. Vooralsnog is ‘meerjarig’ maximaal drie jaar. Na drie jaar wordt het fonds immers geëvalueerd. In theorie is het denkbaar dat financiering via het fonds dan ophoudt.

  7. Verenigingen doen een aanvraag voor een project dat nog gerealiseerd moet worden; een aanvraag voor een toekomstige besteding.

  8. Lenen uit de kas van het fonds is (vooralsnog) onmogelijk. Wanneer verenigingen onderling willen lenen, is overleg daarover mogelijk.

De volgorde der dingen ziet er al met al als volgt uit:

  • Een groep ondernemers komt – per gebied of per sector – tot een samenwerkingsverband, bij voorkeur via een vereniging, opgericht bij notariële akte.
  • De vereniging krijgt van het Ondernemersfonds te horen over hoeveel trekkingsrecht zij per jaar beschikt.
  • De vereniging maakt bestedingsplannen en legt die aan het fonds voor. Het fonds toetst die plannen marginaal.
  • Na toekenning betaalt het fonds 80% van het bedrag uit. De resterende 20% wordt uitbetaald na goedkeuring van de eindafrekening van het project.

 


home |  afdrukken |  doorsturen