Het lokale ondernemingsklimaat in de Nederlandse steden wordt voor tenminste een deel bepaald door lokale factoren: bereikbaarheid en parkeren, een goed functionerende arbeidsmarkt, een heldere uitvoering van het vergunningenbeleid, veiligheid en andere factoren. De lokale overheid heeft een grote verantwoordelijkheid voor het ondernemingsklimaat: een veilige en goed toegankelijke openbare ruimte en een goed opgeleide beroepsbevolking behoren tot de kerntaken van de gemeentebesturen.
Maar ook de gezamenlijke zorg van ondernemers voor hun bedrijfsomgeving maakt deel uit van een goed ondernemingsklimaat. Die bedrijfsomgeving begint bij de fysieke kant: de private gebieden grenzend aan de openbare ruimte moeten net zo veilig en transparant zijn als de openbare ruimte, de ruimte moet kwaliteit hebben en goed ingericht zijn, het afvalbeheer en de verlichting moeten optimaal zijn, enzovoort. Maar daarna gaat het verder met niet-fysieke zaken: gezamenlijke inkoop van goederen en diensten om de bedrijfskosten te drukken, gezamenlijke promotie, samenwerking met elkaar en met het onderwijs, contacten met de sportieve en culturele wereld, gezamenlijke belangenbehartiging bij de overheid, en open onderlinge relaties die uitnodigen om zaken met elkaar te doen – dat hoort er allemaal bij.
Bij nieuwe bedrijventerreinen wordt standaard gezorgd voor een collectief gedragen parkmanagement, waarin dergelijke taken belegd worden. Maar in al langer bestaande gebieden bevindt de behartiging van de collectieve belangen van ondernemers zich vaak in een leemte.
In die leemte voorziet het Ondernemersfonds Leeuwarden. Het Ondernemersfonds Leeuwarden is geïnspireerd op het fonds in Leiden. Dat is actief sinds 2005 en Leeuwarden heeft de precedenten en leereffecten uit Leiden volop “geïmporteerd”. Dat heeft de opbouw van het fonds aanzienlijk vereenvoudigd. In de kern gaat het in het Ondernemersfonds om twee dingen:
Geld. Op verzoek van de ondernemers, heeft de gemeenteraad van Leeuwarden besloten om het tarief van de OZB voor de categorie niet-woningen te verhogen. Sinds 1 januari 2009 is jaarlijks 5.5% van de opbrengst van deze OZB-rubriek beschikbaar als voeding voor het fonds, ter financiering van de behartiging van de collectieve belangen.
Betrokkenheid. Het fonds is er voor en door de ondernemers. Zij besluiten zelf welke bestedingen er voor het geld worden gezocht en met wie zij allianties sluiten. De structuur van het fonds lokt samenwerking en transparantie uit en dient daardoor de economische integratie.
Aan de totstandkoming van het fonds is een jarenlange bezinning vooraf gegaan – van 2005 tot 2008 - en vervolgens een geconcentreerde, maar brede discussie in het najaar van 2008. Het resultaat van die discussie was een draagvlak voor het verzoek aan de Gemeenteraad van Leeuwarden om het OZB-tarief te verhogen. De gemeenteraad is in december 2008 akkoord gegaan met dat verzoek.
Het initiatief voor het fonds is afkomstig van het platform Verenigd Bedrijfsleven Leeuwarden (VBL). Het VBL stuurt het fonds echter niet aan. De aansturing geschiedt door de onafhankelijke Stichting Ondernemersfonds Leeuwarden.
Voor de goede orde, met het woord ‘ondernemers’ wordt in dit geval de gehele ‘OZB-plichtige categorie niet-woningen’ bedoeld. Dat zijn niet alleen de winkels, horeca, kantoren, agrarische bedrijven en fabrieken. Het zijn ook de organisaties waar mensen werken zonder winstoogmerk, zoals de scholen, de zorginstellingen, de cultuurinstellingen, kantoren van rijks- en provinciale overheid en de vliegbasis. Ook zit er een deel van de sport en vrijetijdsvoorzieningen bij. We hebben gemerkt dat ook de niet-commerciële partijen er geen bezwaar tegen hebben om als ondernemer te worden aangesproken. Daar zit ook de crux van het ondernemersfonds. Het brengt heel werkend Leeuwarden bij elkaar.